Zo wordt je maandlast berekend
Deze rekenhulp gaat uit van een annuïteitenhypotheek: elke maand hetzelfde bruto bedrag. Elke termijn betaalt eerst de rente van die maand, de rest lost de lening af. De vaste termijn volgt uit de formule:
M = P × r(1 + r)n ÷ ((1 + r)n − 1)
- M = maandlast
- P = leenbedrag (koopprijs min eigen inbreng)
- r = jaarrente ÷ 12, als decimaal
- n = aantal maandtermijnen (jaren × 12)
Voorbeeld: een lening van 320.000 tegen 6,5% over 30 jaar geeft r = 0,065 ÷ 12 ≈ 0,005417 en n = 360. De maandlast is 2.022,62 bruto, zonder belasting en verzekering.
Waarom je in het begin vooral rente betaalt
Rente wordt berekend over wat je nog schuldig bent. In het begin is die schuld het hoogst, dus het rentedeel van elke termijn is groot. Als de schuld daalt, gaat er met dezelfde termijn elke maand meer naar aflossing.
De kralengrafiek laat dit zien: de eerste rijen zijn bijna helemaal saffraan (rente), de laatste bijna helemaal jade (aflossing). In het voorbeeld betaal je ongeveer 408.000 aan rente, meer dan de geleende 320.000.
Zo betaal je minder rente
- Meer eigen inbreng verlaagt het leenbedrag, waardoor de rente elk jaar over een kleiner bedrag gaat.
- Een kortere looptijd verhoogt de maandlast, maar verlaagt de totale rente sterk. Vergelijk 15 en 30 jaar in de rekenhulp.
- Extra aflossen gaat rechtstreeks van de schuld af. Zelfs een klein bedrag kan jaren schelen. Het veld extra aflossing toont de exacte besparing.
- Een lagere rente scheelt meer dan je denkt. Bij een grote lening verandert één procentpunt de totale rente met tienduizenden.
Check vooraf hoeveel je per jaar boetevrij mag aflossen (vaak 10% van de oorspronkelijke lening).