De discriminant D = b² − 4ac bepaalt het soort antwoord: positief geeft twee reële oplossingen, nul één dubbele oplossing, negatief een paar complexe oplossingen.
De top — het hoogste of laagste punt van de parabool — ligt bij x = −b ÷ 2a.
Veelgestelde vragen
Hoe los ik x² − 5x + 6 = 0 op?
Hier is a = 1, b = −5 en c = 6. De discriminant is 25 − 24 = 1, dus x = (5 ± 1) ÷ 2, wat 3 en 2 geeft.
Kan ik decimalen en negatieve getallen invoeren?
Ja. Gebruik een minteken voor negatieve coëfficiënten en een punt of komma voor decimalen.